Etappe 9 – Joanne

Nog voor ik Joanne kan vragen of ze me te woord wil staan voor deze reeks, krijg ik zelf al een mailtje van haar. Dat ze mijn oproep heeft gezien, over mensen die een link hebben met de Tour de France. Dat ze getwijfeld heeft om te reageren, want haar relatie met de Tour is dubbel. Dat ze het toch gedaan heeft, want anders zat ik nu niet bij haar aan de keukentafel. We kunnen er niet omheen: Joanne is de dochter van Tom Simpson. Hij liet in de Ronde van Frankrijk van 1967 het leven tijdens zijn beklimming op de Mont Ventoux. En haar hele leven zal ze de dochter blijven van een vader die ze nooit heeft gekend, maar waar ze vol warmte over spreekt.

Papa is beginnen fietsen om geld te verdienen. Zijn vader was mijnwerker, en hij wou zelf niet naar de mijnen gaan. Hij zei altijd tegen zijn moeder: “Mum, I want to become Fausto Coppi.” (een bekende Italiaanse wielrenner uit de twintigste eeuw) Hij werd Four stone Coppi genoemd, omdat hij zelf zo mager was. Door die droom kwam hij naar het Europese vasteland, en daar deed hij mee aan alle kermiskoersen, waar de wielrenners geen buitenlanders wilden als winnaar. Het was aanpassen op het continent.
Papa wist dat de journalisten die meegingen naar de Tour de France elke dag hun verslag zouden maken. Hij redeneerde dat als hij elke dag in de krant zou staan, hij meer gezien zou worden en ook een beter contract zou krijgen. Hij maakte verhalen en de journalisten smulden ervan.

Ik was het beu om de dochter te zijn van de grootste dopinggebruiker van het peloton. Het is nochtans nooit bewezen dat hij daaraan is overleden.

Op 13 juli 2027 is het zestig jaar geleden dat papa gestorven is. Elke vijf jaar doe ik iets op de Mont Ventoux ter herdenking aan mijn vader. De volgende keer is dus over twee jaar. Dat is ook de reden waarom de Tour dit jaar de Mont Ventoux beklimt, zodat ze zeker niet passeren als ik er ben. Want de Tour en Simpson gaan niet samen.

Ik was het beu om de dochter te zijn van de grootste dopinggebruiker van het peloton. Het is nochtans nooit bewezen dat hij daaraan is overleden. Noch mijn moeder, noch de organisatie van de Tour heeft het autopsierapport gezien. Daarom nam ik in 2000 een advocaat onder de arm om het te zoeken, want zo’n autopsierapport kan niet liegen. Hij kwam te weten dat het in 1997 jammer genoeg is vernietigd.

Mijn vader reed altijd voor Peugeot, maar zou in 1968 een contract tekenen bij Salvarani, een Italiaanse ploeg. De ploegdirecteur zei hem dat het contract afhing van zijn resultaten in de Tour. Tja, zoiets moet je niet tegen een Simpson zeggen. Natuurlijk wou hij niet opgeven. Zijn contract en dus zijn inkomsten hingen ervan af.
De wielrenners in die periode kregen ’s ochtends en ’s middags telkens twee bidons van een halve liter. That was it. Maar ze mochten wel naar cafés gaan en drinken vanop de toog meenemen. Bidons vullen met water van rivieren of fonteinen mocht ook. Papa was de dag ervoor ziek geworden, waarschijnlijk door vuil water te drinken dat hij kreeg van de waterdragers. Jan Janssen, de ritwinnaar van die dertiende juli, vertelde me hoe hij mijn vader heeft geholpen om zijn broek omlaag te schuiven, terwijl hij met lopende diarree op de fiets zat. Hij was echt ziek, maar wou niet opgeven. Colin Lewis, de waterdrager, reed met alle drank die hij had verzameld naar papa, maar had na een tijd alleen nog fles cognac. Die wou hij niet aan mijn vader geven. Maar mijn vader was zo uitgedroogd dat zelfs slikken niet meer ging, en hij smeekte Colin om de fles zodat hij een paar slokjes kon nemen om weer verder te gaan. Hij was dus geen alcoholverslaafde, zoals in sommige kranten beweerd wordt.

We moeten de dood van papa zien in zijn tijdskader. In de jaren zestig dachten ze dat je niet fit genoeg was als je veel water dronk, terwijl er nu zes liter water wordt gedronken tijdens een rit. Mijn ma vertelde me ooit: “Joanne, the doctor gave me amphetamines when I was pregnant.”
Zijn overlijden is wel het begin geweest van dopingcontroles. Het heeft veel in gang gezet, maar ik was vier jaar toen dat allemaal gebeurde. Ik had zo’n beschermd leven in de periode dat mijn moeder en mijn stiefvader in België woonden. Van de waarheid wist ik niets. Toen zij terugkeerden naar Groot-Brittannië ben ik alleen gaan wonen en werd ik plotseling in het diepe gegooid. Er kwamen allerlei andere verhalen naar boven. Jesus Christ, dacht ik, dit heb ik nog nooit gehoord en het is allemaal niet waar. Ik wist zelfs niet waarover ze bezig waren. Het maakte me woedend.

Toen ik 34 jaar oud was, hoorde ik Helmut Lotti op de radio zeggen dat hij met zijn toenmalige vrouw de Mont Ventoux ging beklimmen. Dat was het moment waarop ik dacht: “Als zij dat kan, kan ik dat ook”, ook al wist ik eigenlijk niet wie die vrouw was. Ondertussen begon ik me ook meer en meer in mijn vader te verdiepen. Toen ik mijn ma over die plannen vertelde, antwoordde ze: “You don’t have to do it, Joanne. I don’t want to put a second monument up that bloody mountain.” De dag ervoor hebben we zelfs nog ruzie gemaakt. Maar ik was vastberaden. Mijn moeder zei: “You’re just like your father.” Dat jaar was het dertig jaar geleden dat hij daar overleden was. Ik wou afmaken wat hij niet had kunnen afmaken.

Vanaf toen ben ik beginnen zoeken naar de waarheid over zijn dood. Ik wil steeds de waarheid kennen. Ik heb bibliotheken bezocht en kranten gelezen en kopieën gemaakt. Ik begon een tijdslijn te maken van zijn leven, met al zijn overwinningen en duizenden foto’s. Die levenslijn heb ik op mijn gsm vertaald naar mappen met foto’s: “Tom 1954”, “Tom 1956”, “Tom 1958”,… Zo weet ik nu zeer goed wat de waarheid is en wat niet, en kan ik anderen daar ook op aanspreken.

Ik heb me voor mijn eerste rit op de Mont Ventoux serieus voorbereid. Elke avond na het werk fietste ik langs de Schelde, een jaar aan een stuk. Toen ik dan uiteindelijk de top van de berg bereikte, dacht ik: “Was that it?” (lacht) Daarom besliste ik om vijf jaar later opnieuw de Ventoux op te fietsen, maar dan al te vertrekken vanuit Gent. Steeds meer mensen wilden met me meegaan, tot er bijna 300 kandidaten waren. Het werd bijna groter dan de Tour zelf. Ik besliste om alles af te zeggen en het toch alleen te doen. Uiteindelijk waren er een paar vriendinnen met wie ik samen heb gefietst. Tijdens onze rit naar daar overleed de mama van mijn partner. Ik ben over en weer gereisd naar België voor de begrafenis, en nadien zijn we verder gegaan. Uiteindelijk zijn we er geraakt in dertien ritten. Dertien zal altijd een speciaal getal voor me blijven. Papa’s rugnummer op die dertiende juli – tevens ook de dertiende rit van die Tour – was 49, en wat krijg je als je vier en negen optelt? Welja, dertien.

Toen we op de Mont Ventoux het monument voor papa beklommen, gleed mijn partner uit op de stenen. Toen besliste ik om het monument te voorzien van trappen. Mijn persoonlijke stairway to heaven. Vijf jaar zijn we daarmee bezig geweest. Het was moeilijk om een aannemer te vinden. Daarnaast ligt het monument in militaire zone en beschermd gebied, dus er kwam veel papierwerk bij kijken. En het was duur. In die vijf jaar ben ik elk jaar met mijn potje gaan staan aan de Zesdaagse in ’t Kuipke, en aan iedereen die binnenkwam vroeg ik één euro voor de trappen. Gelukkig was er ook financiële steun uit Engeland.
Tien jaar daarna is de betonnen trap beginnen splijten en hebben we het bezet met graniet. Een Belgisch bedrijf heeft de graniet gesponsord en Soudal heeft de lijmen gedoneerd. Thomas De Gendt heeft de eerste steenlegging gedaan en ik de laatste. Het is prachtig. Vrijwilligers hebben geholpen om alles te installeren. Ik ben hen eeuwig dankbaar.

Joanne toont me foto’s van Tom tijdens de Tour de France. Op één van de foto’s wordt hij omhelsd door een mooie vrouw, en naïef vraag ik: “Is dit dan je mama?”, waarop ze grote ogen trekt en antwoordt: “No, that’s not my mother!”. Bij de volgende foto van haar vader met een vrouwelijke fan zegt ze fijntjes: “Tussen haakjes: dit is mijn ma niet.”
Ze kan me geen antwoord geven op de vraag waarom haar vaders dood nog steeds zoveel aandacht krijgt. Die vraag heeft ze zich ook al vaak gesteld. Voor haar partner Miek ligt de verklaring bij het karakter van Tom Simpson. Hij was een ontzettend geliefd persoon, dat blijkt ook uit de verhalen van journalisten die hem gekend hebben. Maar net daarin schuilt ook de ontgoocheling: dat die journalisten achteraf dingen hebben geschreven die niet kloppen, en dat niemand het lijkt te checken.

Op 13 juli postte Joanne een berichtje in de Tom Simpson Appreciation Group op Facebook als herinnering aan haar vader. Ze vertelt me erover en krijgt het moeilijk. “Je vraagt je dan af: why? Ik was vier jaar, ik ken hem niet, en iedereen spreekt er zo… Ja, dat moet echt een wijze gast geweest zijn. Maar mama zegt altijd: “You’re just like your father”, dus ik moet een wijze vrouw zijn. (lacht)
Het leven van mijn vader heeft me ook heel veel gebracht. Een paar jaar geleden organiseerde ik bijvoorbeeld Simpson goes retro, waarbij we op de Mont Ventoux fietsten in wollen truitjes en retro koersfietsen. De mensen die ik daar heb leren kennen, zijn friends for life.”