Etappe 6 – Brian

Het gesprek met Brian vindt plaats in de keuken van zijn huis. Het is al na acht uur ’s avonds, maar toch wordt nog aangebeld. Iemand heeft een fiets bij die hersteld moet worden. De poort van de garage gaat open, en de fiets rolt Brians atelier binnen. Na zijn uren herstelt hij hier allerlei soorten fietsen. Dat de mensen uit het dorp niet op vaste momenten komen aankloppen, stoort hem niet. Hij en zijn vriendin genieten van het dorpsleven dat ze in andere steden niet kenden. “Ik droom niet van een leven als mecanicien bij de Tour. Voor mij is het te ver van huis. Ik wil niet steeds weg moeten zijn.”

Sinds een paar jaar rijd ik opnieuw mee met wielerwedstrijden. Ik heb in mijn tienerjaren gekoerst, maar mijn schoolresultaten waren echt niet goed, dus ik ben moeten stoppen. Na een pauze van een tiental jaar heb ik opnieuw een rugnummer opgespeld.
Ik zit niet in een ploeg, maar rijd rond in een outfit met de naam op van mijn fietsatelier. Zo kan ik wat promotie maken, dat is mooi meegenomen. Mijn vriendin en kinderen komen vaak supporteren langs de kant van de weg. Mijn ene dochter roept dan: “Komaan papa, je kan het!”, maar de tactiek van mijn andere dochter is druk zetten. Zij roept: “Sneller papa, sneller!”

Ze trainen zes uur per dag, soms plankgas. Dat moet je kunnen verteren. En wanneer het een zware dag is in de Tour, is het écht een zware dag. Met daarna nog eens twintig ritten.

Ik had schrik om te herbeginnen. Schrik dat ik niet zou meekunnen. En ik kan nog altijd niet mee. (lacht) Maar op een bepaald moment zag ik een wielerwedstrijd passeren en begon het weer te kriebelen. De goesting was groter dan de schrik.
Het doel is nu om mee te kunnen met de rest. Zo’n koers bestaat uit een rondje van een kilometer of zes, dat tien keer wordt gereden. De eerste rondes ligt het tempo ontzettend hoog. Na iedere bocht moet je optrekken, moordend voor de benen. Na een tijdje is de kracht in mijn benen opgebruikt. Dan is het hopen op een groepje dat ook de benen niet meer heeft, zodat je kan samenwerken om opnieuw aan te sluiten. Maar als je wegzakt van het peloton, zoals ik in mijn laatste wedstrijd meemaakte, is het heel moeilijk om die kloof te dichten. Hoe groter de afstand wordt, hoe meer last je krijgt van de wind. In het peloton heb je geen last van de luchtweerstand. Het is dus de kunst om het peloton niet te lossen.
Door die wedstrijden kan ik een beetje beter inschatten hoe zwaar het voor die renners moet zijn om de Tour te rijden. Ten eerste moet je zo veel opofferen. Ze trainen zes uur per dag, soms plankgas. Dat moet je kunnen verteren. En wanneer het een zware dag is in de Tour, is het écht een zware dag. Met daarna nog eens twintig ritten.

Mijn kleine broer gaat mee met mij naar wedstrijden als mijn persoonlijke soigneur. Hij neemt mijn jasje aan en houdt mijn bidons bij. Het is tof dat hij er is. Als je niet in een grote ploeg zit, is het ieder voor zich en moet je het allemaal zelf doen. Iedereen staat bij zijn eigen equipe. Zo’n wedstrijd is natuurlijk prestatiegericht. Als je op het podium belandt, komen mensen je feliciteren en een praatje maken. Maar als je niet mee kan gebeurt dat natuurlijk niet. Ik ben een beetje de rode lantaarn.

Als kind volgde ik het fietsen al. Ik croste veel rond in de tuin, zoals Sven Nys op tv. (lacht)
Toen ik dan zelf koerste, volgde ik ook de Tour de France. Ik had tijd om te kijken, tijdens die zomers. Op maandag is het vaak rustdag. Die dagen wist ik niet wat te doen. Het was echt wachten tot de rustdag weer voorbij was.
Nu volg ik de Tour nog steeds elke dag. Ik hoop om een echte strijd voor de gele trui.
Door mee te doen met de Tourmanager, kijk je anders naar de koers. Je volgt je renners meer op.
Jenno Berckmoes bijvoorbeeld, een jonge gast van van Lotto en één van de jongste renners van deze Tour, is mij voor het eerst opgevallen in het Belgische kampioenschap. Iemand als hem begin je dan ook in de gaten te houden. Hij is ondertussen al bijna elke dag in de top 10 geëindigd voor de witte trui dit jaar.
Ik denk dat als Pogačar geen slechte dag heeft, het bijna onmogelijk is om hem van de troon te stoten. Hij is de beste wielrenner van het moment, zowel bij de klassiekers als in de grote rondes. Ik denk niet dat je er iets kan tegen hebben dat hij de Tour wint.

Wielrennen is passie en emotie. Je kan veel dingen verwerken op de fiets. Zeker als de intensiteit hoog ligt, kan je kracht uit die emotie putten. Het is moeilijk te omschrijven. Aan de ene kant is wielrennen een soort van uitlaatklep, maar aan de andere kant gebruik ik de tegenslagen van het leven om extra kracht uit te halen.

Brian is een man van weinig woorden. Elke zin die hij me geeft, voelt als een cadeautje. Maar in elk woord zit de essentie vervat.
Wie in de buurt van Ichtegem woont en een kapotte fiets heeft, kan die steeds laten herstellen bij Brian’s repair shop. Zo help je mee met zijn ultieme droom: voltijds fietsenmaker kunnen zijn.