Het pad naar Charlotte loopt op de grens tussen stad en platteland. Langs de linkerkant bepalen de gebouwen van het Erasmus-ziekenhuis het uitzicht. Langs rechts word ik begroet door twee ezels en zorgen krekels voor de vakantiestemming. Ik arriveer op de velden van Perkuus, het landbouwbedrijf van Charlotte en Hilde waar abonnees sinds vier jaar hun groenten kunnen plukken. “Eigenlijk is dit best een sociale plek, veel meer dan ik in het begin vermoedde. Ik zie de gezinnen groeien en krijg allemaal cadeautjes van de mensen hier. Een Marokkaanse meneer met een olijfgaard gaf olie en deze kruiden kreeg ik ook. We hebben een stukje grond wat verderop, waar niemand komt. Heel af en toe kan het deugd doen om daar alleen te werken.”
Toch is het goed dat er anderen naar Perkuus komen, al was het maar om samen naar de Tour te kijken.
Acht jaar geleden is er veel veranderd in mijn leven. Mijn relatie liep ten einde en ik ging terug alleen wonen. Ook over mijn job had ik al langer twijfels. Ik had gewerkt bij een dagcentrum voor dak- en thuislozen en een woonhuis voor mensen met een beperking. Daarnaast richtte ik samen met iemand anders een zorgtuin op. Maar ik droomde van een grote fietsreis. Ik reed nog steeds rond op mijn opa’s fiets. In die periode begon ik maandelijks geld in een envelopje te steken voor een goede fiets waarmee ik zou kunnen reizen. Na de aankoop van die fiets, vroeg ik op mijn werk om een paar maanden onbetaald verlof te krijgen. Mijn verantwoordelijke zei toen dat zoiets niet kon, maar adviseerde me om ontslag te nemen. Er is zoveel vraag naar werknemers in de zorgsector dat ik altijd terug kon keren.
Ik had helemaal geen ervaring in het maken van fietsreizen. Daarom plande ik eerst een korte trip naar Berlijn. Dat was heel spannend, ik en mijn fiets alleen op pad.
Ondertussen leerde ik iemand nieuw kennen. Hij had die fietservaring wel, en bovendien had hij ook zin om een lange tocht te maken. We begonnen samen te plannen. Ondertussen gaf ik mijn ontslag.
Al een paar jaar hield ik de opleiding Biologische en biodynamische landbouw van Landwijzer in de gaten. Steeds dacht ik dat het niets voor mij was. Maar door de vrijheid van het ontslag, had ik ruimte om de verplichte stage doen die aan de opleiding vooraf gaat. Die laat potentiële studenten zien dat de opleiding meer is dan enkel tuinieren.
Die stage was helemaal mijn ding. Ik plande om één jaar van de opleiding te volgen, zodat ik wat meer bagage had om op een zorgboerderij te werken. Ik had niet verwacht dat het mijn leven helemaal zou veranderen. Uiteindelijk werkte ik de opleiding af en begon vier jaar later Perkuus.

Die zomer kwam het allemaal samen: mijn ontslag, als stage op de boerderij werken, de plannen voor een grote fietsreis,… We wilden naar de Balkan trekken. Landen als Albanië waren toen helemaal nog niet zo populair was als nu. Het voelde ver weg van alles, erg spannend dus. Ik wist eigenlijk niet goed waaraan ik begon. Ik had geen benul van de kleren die ik aan moest doen. Op foto’s zie ik mezelf rijden met een jeansshort aan. Dat kan echt niet gemakkelijk geweest zijn (lacht). Veel mensen zijn sinds covid beginnen fietsen en gaan er meteen all the way voor, met bijpassende kleren. Maar dat is niet wie ik ben. Ik heb sindsdien twee goede broeken en daarnaast een paar simpele T-shirts en shorts aangekocht, maar die laatste draag ik evengoed ook op het veld.
Wij leerden de steden op reis kennen aan de hand van fietswinkels. Wanneer we iets nodig hadden, zochten we winkels in de buurt op. Zo zijn we ooit bij een nationale wielerkampioen beland die zijn eigen fietswinkel had geopend. We zijn daar uren blijven hangen, hebben samen koffie gedronken en veel gebabbeld. Hij was super blij dat hij over zijn passie kon vertellen tegen mensen die ook geïnteresseerd waren in wielrennen, zeker omdat er in die landen niet zo’n grote fietscultuur bestaat.
Sinds ik op het veld werk, is het moeilijker om tijdens de zomer een lange reis te maken. De piek ligt net in die periode. Daarom zijn we al vier winters richting Spanje gefietst. De natuur is nog niet wakker en de dagen zijn korter, maar in het zuiden van het land is het aangenaam fietsweer. Grappig genoeg is dat net de periode waarin veel wielrenners ook naar daar trekken. Twee jaar geleden deden we een stukje Portugal. Toevallig zijn we in de Tour van de Algarve beland. Elke dag dat we daar fietsten, bleven we de koers kruisen. Telkens werden we enthousiast bij het horen van de moto’s: “Ja, daar zijn ze!” (lacht).
Het voelde alsof de top nog super ver was. Ik zag het niet meer zitten. Maar ineens zag ik op de grond “Allez Wout Van Aert” staan.
Ik was vroeger niet echt bezig met de koers, in tegenstelling tot mijn vriend. Op dagen van grote klassiekers zal hij geen afspraken maken. Het is een echte tv-koers-kijker. Vanaf vijftig kilometer voor de aankomst wordt het huis niet meer verlaten. Dan mag je ook geen andere klussen meer doen. Op reis kon hij het zo plannen dat onze arrivé op de slaapplek net voor de arrivé van de koers viel. In het begin was het irritant, maar uiteindelijk begon ik toch met één oog mee te kijken. Ik vroeg me af wie die ene wielrenner ook alweer was, of waarom ze een bepaalde zet maakten. Ik zit geen hele namiddag voor tv, maar ik vind het wel gezellig om het geluid van de koers te horen op de achtergrond. Tegen het einde van de rit word ik wel een beetje zenuwachtig. Onlangs was mijn vriend tijdens een etappe in slaap gevallen. We hebben geen echte tv, dus heb ik me in de keuken gezet met de radio aan. Het is zo leuk om alles te volgen via de radio. De presentatoren hun enthousiasme werkt aanstekelijk en omdat je geen beeld hebt, verbeeld je je alles. Je bént daar.
De Tour is leuker als je voor iemand kan supporteren. Ik ben nooit fan geweest van een muziekgroep of iets dergelijks, maar in het wielrennen supporter ik voor Wout Van Aert. Ik vind hem een mooie man. De koers draait voor mij zo hard rond het karakter van die renners, en Wout heeft een fijne persoonlijkheid. Hij heeft wat tegenslag gehad de laatste tijd, en gaat daar op een mooie manier mee om. Maar het is nu ook niet zo dat er een poster van hem op mijn kamer hangt.
Op een fietsreis in Spanje had Philippe, mijn vriend, een erg steile bergpas gezien die ooit in een etappe was opgenomen. “Kom, laten we die beklimmen”, zei hij, en we reden ernaartoe. Het was een hele grijze, winderige dag en de col lag erg afgelegen. Het leek niet vooruit te gaan. Mijn vriend fietste ergens voor mij en na elke bocht, wanneer ik dacht dat ik hem zou zien, was hij nog altijd niet in zicht. Het voelde alsof de top nog super ver was. Ik zag het niet meer zitten. Maar ineens zag ik op de grond “Allez Wout Van Aert” staan. Verder was het muisstil, ik was alleen met de wind en die grijze lucht. “Allez Wout” bleef om de zoveel meter opduiken, en ik dacht: “Oké, ik ga niet afstappen, ik ga niet afstappen.” De berg was zo steil dat je ter plekke bleef stilstaan. In de verte leek er onweer op te komen. Plots stak een gigantisch hert de weg over. Verder was het ik en Wout op het asfalt. Het was lastig, maar ik ging door.
Philippe filmde me toen ik de top bereikte. We hebben die beelden achteraf in het hotel bekeken, samen met de beelden uit de koers. Daar moesten we hard om lachen. Ik ging bijna niet vooruit, terwijl zij aan een hoge snelheid over de streep kwamen.
Hoeveel keer ik onderweg was afgestapt, wou Philippe weten. Hij is normaal degene die niet afgeeft, maar ik voelde nu dat het anders was. Toen ik hem zei dat ik niet was afgestapt, zag ik hem met grote ogen kijken. Hij was blijkbaar twee keer gestopt. Het was een persoonlijke overwinning.
In de zomer zijn de dagen lang en is er veel werk. In de winter moet je tijd nemen om te rusten, om voor te bereiden voor het jaar erna. Om te leren hoe je bepaalde dingen moet aanpakken. Tijdens het jaar is daar niet altijd de tijd voor.
Ze zeggen altijd dat als je juni overleeft, het drukste achter de rug is. Naar mijn gevoel is dat eerder midden juli. Morgen komt er nog één grote lading prei en kolen toe, die nog geplant moet worden. Dan kan de rust terugkomen en is er weer tijd om te fietsen.
Eén van onze gepensioneerde deelnemers op het veld, de Luc, komt hier af en toe helpen op het veld. Wanneer iedereen al naar huis gaat, blijven wij vaak nog met twee kijken naar de aankomst van de koers op zijn gsm. Of hij filmt de aankomst en stuurt die naar me door via Whatsapp (lacht).
Dit is echt zomer. Iedereen vertrekt op reis, maar de Tour is een constante aanwezige. Het verbindt mensen met elkaar.

We wandelen nog even samen over het veld om wat foto’s te maken. Ik vraag Charlotte haar hoofd een beetje naar de zon te draaien, en te denken aan Wout Van Aert. Ze lacht. “Ik begrijp het niet! Normaal zou ik nooit vallen voor iemand die zijn kuif blondeert.” Het zal wel iets te maken hebben met zijn godenstatus als wielrenner. Wielrenners doen dingen die geen andere sterveling zich moet riskeren. Zoals meedoen aan de Tour. En kuiven verven.
