De strijd is gestreden, Tadej Pogačar won de Tour de France 2025. Een echte verrassing was het niet. Alleen externe factoren kon Pogačar weghouden van de winst. Je weet maar nooit, in het wielrennen ligt een ongeluk altijd op de loer. Maar zondag stond hij na een onverwachts spannende slotrit in de gele trui op het podium te blinken. En alvast één iemand zal daar ongelooflijk blij om geweest zijn: Jeroen Mahieu. Hij is voorzitter van de Belgische fanclub voor Tadej Pogačar, genaamd de ‘Pogiboys’.
De fanclub houdt zich schuil op een plek waar je ze niet verwacht. In Wervik, een uithoek van West-Vlaanderen, startte Jeroen Mahieu in 2019 een Facebookpagina voor een man waar hij een goed gevoel bij had. Twee jaar later bleek zijn buikgevoel te kloppen.
Een paar dagen voor het doek valt over de Tour spreek ik met hem over wat het betekent om fan te zijn van de grootste wielrenner van dit moment.
Tijdens de Ronde van het Baskenland in 2019 viel Tadej me voor het eerst op. Hij kon mee met het tempo van Valverde en had geen schrik om de leiding te nemen. Op het einde van de etappe schudde hij nog een sprintje uit zijn mouw. Hij won die rit niet, maar toch zag ik iets in hem. Tegen vrienden en familie zei ik die dag: “Over twee jaar wint die man de Tour de France.” Niemand geloofde me. Ze vonden hem te jong. Volgens hen was zesde eindigen in de Ronde van het Baskenland nog iets helemaal anders dan de Tour winnen. Maar Pogačar had meteen mijn hart gestolen. Hij had het lef om tussen al dat ervaren geweld mee te rijden.
Ik ben altijd een beetje een buitenbeentje geweest. Het is niet omdat een wielrenner uit België komt, dat ik er fan van ben. Hiervoor keek ik graag naar Valverde, maar voor hem ben ik nooit iets gestart. Met Tadej was het meteen bingo.
Ik wou graag iets te doen hebben na het werk. Een fanclub zal me bezighouden, dacht ik. Maar nooit had ik gedacht dat het zo ver zou gaan. Tijdens de Tour de France heb je bijna twee gsm’s nodig. Mensen bellen en sturen om te vragen of ik dit en dat gezien heb. Het is soms hectisch. Dit moet je doen vanuit een passie en niet voor het geld, want er is niets aan verbonden.
Het begon met een pagina waarop ik soms iets postte. Maar er is veel veranderd sinds de reportage die Sammy Neyrinck maakte. Drie jaar geleden waren de Pogiboys op zijn radar gekomen. Hij vroeg of hij ons mocht volgen tijdens de kasseienrit in de Tour.
We gingen naar een hotel aan de rand van Rijsel. Daar ontmoette ik Pogačar voor de eerste keer. Dat was een heel speciaal moment. We hadden een groot bord mee waarop een prachtig portret van Tadej stond, geschilderd door Filip Cardoen – ook een Pogiboy. Dat signeerde hij, en daarna ging hij met ons op de foto.
We vertelden hem dat we langs het parcours zouden staan met de Pogibus. Toen hij ons passeerde, zag hij ons en had hij z’n lachje op het gezicht. Het was een goede dag. Jammer genoeg heeft hij de Tour dat jaar verloren tegen Vingegaard, maar de Pogiboys waren vertrokken. Het is alleen maar blijven groeien. Veel mensen hebben die reportage gezien en zo heeft de fanclub een enorme boost gekregen. Ondertussen zijn we met 324 leden. We hebben leden in Frankrijk, Spanje, Italië en zelfs Japan. Ik heb nog petjes moeten opsturen naar daar. We deden ruilhandel: zij stuurden eten en stickertjes van Pogačar terug naar België.
Met onze Pogibus rijden we ieder jaar naar de Ronde van Vlaanderen. Op de Kwaremont zien we de koers passeren. Ook gaan we elk jaar naar Luik-Bastenaken-Luik. Daar verbroederen we met andere Pogiboys.
Dit moet je doen vanuit een passie en niet voor het geld, want er is niets aan verbonden.
Zijn ouders appreciëren wat ik doe, omdat ik de eerste ben die een fanclub voor Tadej heeft gemaakt. Ondertussen ben ik samen met mijn gezin op reis geweest naar Slovenië. Daar gingen we op de koffie bij zijn ouders. We wandelden samen op zijn lievelingsberg, de Krvavec. We zagen het huis en schooltje waar hij opgegroeid is. Zijn kamer lag vol met bekers en medailles, ongelooflijk. Zijn moeder vertelde dat het nog maar de helft was.
Ik ervaar het als een grote meerwaarde dat we zijn ouders ontmoet hebben. Zij vertellen veel over hem, over wat voor persoon hij is.
Zonder Pogačar zouden we nooit op reis gegaan zijn in Slovenië, maar het is een super tof land. Door die fanclub wordt onze wereld groter.
We leerden ondertussen ook Alen Milavec, zijn persoonlijke fotograaf, heel goed kennen. Wanneer Tadej in Vlaanderen koerst, overnacht Alen vaak bij mijn ouders. Ook zijn ouders zijn afgekomen naar België toen de Tour startte in Rijsel. Ze sliepen met hun mobilhome op een mooie kampeerplek niet ver van hier.
De donderdagavond voor het begin van de Tour, ontmoette ik hem samen met zijn ouders in het hotel in Valanciennes. Hij was toen erg gefocust. Mario, onze huisfotograaf, was meegekomen. Door het maken van de foto’s kwamen er steeds meer mensen op ons af die zagen dat Pogačar erbij zat. Het was hem teveel en hij trok zich terug op zijn kamer.
Tadej kent mij en volgt alles wat ik doe. 95 procent van wat ik post, heeft hij gezien.
Voor de Giro zijn mijn broer en ik naar Rome gevolgen. Daar werden we uitgenodigd in een chique vergaderzaal, vol met rijke mensen. Er was eten en drinken. Toen Pogačar binnenkwam, kwam hij meteen naar ons om hallo te zeggen. Zijn verloofde Urska ontmoette ik toen voor het eerste. Het is een hele lieve, zachte dame. Zij zei ook meteen: “Hi Jeroen!”.
Vorig jaar zouden we hem zien tijdens de Olympische Spelen, ik had tickets gekocht om samen met mijn vader te gaan, het was zijn droom om dat eens mee te maken. Maar Urska, zelf ook wielrenster, was toen niet uitgenodigd door de Sloveense federatie om deel te nemen, ook al was ze Sloveens kampioen op de weg. Pogačar besliste toen om ook niet deel te nemen. Daaraan zie je wat voor persoon hij is. Hij is gelukkig met Urska en in het kopje zit het goed. Dat maakt hem de beste coureur ter wereld.
Tadej kent mij en volgt alles wat ik doe. 95 procent van wat ik post, heeft hij gezien.
Zelfs als achteraf bleek dat Tadej een onaangenaam persoon was, zou ik blijven doorgaan met de fanclub. Ik ben ermee begonnen en ik blijf gaan tot zijn laatste kilometer. Ik heb hetzelfde motto als Tadej: never quit trying and never give up. Ook op mijn werk heb ik me vanaf de eerste dag gesmeten. Ik ben magazijnier bij een kleine KMO hier in de buurt. Zij kennen mijn geschiedenis met Tadej. Dan zeggen ze over mij: “Ha, de BV is daar!” (lacht) Ik ben er geen nummer, dat is leuk.
Mijn geloof in hem is torenhoog, zelfs wanneer hij mindere dagen heeft. Een coureur is maar zo goed als zijn laatste koers, maar Tadej zal voor mij altijd de beste blijven, zelfs als hij verliest. Zoals dit jaar in Roubaix. Hij heeft daar verloren tegen Van der Poel, maar hij zal terugkeren. Voor hem was die rit de mooiste koers van het voorjaar. Hij houdt van een uitdaging, zoals met Vingegaard in de Tour de France. Ik heb tijdens het sporten ook graag een tegenstander die net zo goed als mij is. Daarvoor doen we het, voor die uitdaging.

Wielrennen is een groot deel van mijn leven. Zolang Tadej koerst, zal hij naast mijn vrouw en zoon staan. Wat ik nu doe voor Tadej zal ik nooit meer doen voor een andere wielrenner. Het houdt toch heel wat in, een fanclub. Ik moet er constant mee bezig zijn, behalve in het veldritseizoen. Ik sta ermee op en ga ermee slapen. Voor ik ga slapen denk ik: ik moet nog iets posten. Dat zou ik allemaal niet meer doen voor een ander.
Pogačar is nog maar 26 jaar oud. Hij heeft een contract tot 2030. Misschien was het om te lachen, of om mensen op het verkeerde been te zetten, maar hij vertelde dat hij daarna op pensioen zou gaan. We zien wel. Ik denk dat hij na zijn carrière een gezin zal starten met Urska en zal genieten van het leven. Hij zegt zelf: “Er zijn zoveel mooie dingen in het leven naast wielrennen.”
Elk jaar organiseert Jeroen in september voor de fanclub een barbecue. Die zal voor de eerste keer doorgaan in ‘De macote’, het supporterslokaal. Iedereen is welkom, ook niet-leden. Er worden prijzen verloot, de hoofdprijs is een gesigneerd WK-truitje. Jeroens inzet voor de fanclub leverde hem zelfs een erkenning op van de gemeente Wervik.
Jeroen zwaait me uit en ik wens hem nog een fijne Tour. “Op het gemak’, zegt hij, “we weten toch al wie er zal winnen”, en hij schenkt me een ontzettend brede glimlach.
