Een echte thuisblijver kan je Joachim eigenlijk niet noemen. Hij is net terug van een reis naar Noorwegen, waar hij met een kano op de meren aan de voet van de fjorden dobberde. Over een paar dagen vertrekt hij op fietsreis naar Nederland. Maar hij zit dit jaar niet in het circus van de Tour de France, en dat is ooit anders geweest.
De buurman van een vriend, Tim Vandromme, is tien jaar lang de vaste kok geweest bij Vive le Vélo. Toen die vriend hoorde dat Tim een hulpkok nodig had, dacht hij aan mij. Ik kook graag en zeg makkelijk ja op voorstellen van anderen. We kenden elkaar niet, dus Tim stelde voor dat ik eerst eens kookte voor hem. Het klikte, en ik zou twee van de drie weken meegaan als hulpkok. Waaraan ik me moest verwachten, wist ik niet. Zoiets had ik nog nooit gedaan. Maar Tim zei me dat het wel zou loslopen en ik hem gewoon moest volgen. Hij zou wel aangeven in welke versnelling er geschakeld moest worden.
Vive le Vélo telt ongeveer veertig vaste medewerkers die meereizen. Ieder van hen moet eten krijgen. Het middagmaal bestaat uit iets simpels, zoals kaas of brood. ’s Avonds volgt een uitgebreidere maaltijd van restaurant-niveau. In een grote Mercedes-camionette, waarmee je nog net mag rijden zonder rijbewijs, wordt de hele keuken geïnstalleerd. IJskasten, ovens, en kookmateriaal komt allemaal daarin. Alles wat je denkt dat je kan nodig hebben is aanwezig.
Het was leuk dat om dit werk met twee te doen, want de ander snapte hoe zwaar het was. Er werd veel gelachen, ook door de vermoeidheid.
Elke dag begon met boodschappen doen. We kregen een officiële Tour de France-kaart, waarmee we in winkels makkelijker konden kiezen wat we nodig hadden. Bij het vertonen van die kaart stond elke manager op het achterste van zijn poten om je te helpen. Wanneer we bijvoorbeeld kip zouden klaarmaken, mochten we in de keuken naar de gepluimde kippen kijken en selecteren welke stukken we wilden aankopen.
Ik deed alles van drank en middageten, Tim zocht de ingrediënten voor het avondeten. We kwamen aan de kassa met zes of zeven volgeladen karren. Bij elke maaltijd moesten we zorgen dat alles mooi binnen het vooropgestelde budget bleef.
Met al het eten reden we naar de plek waar die dag de uitzending zou plaatsvinden. Naast de voorbereiding voor die uitzending stonden wij te koken. We hadden grote tenten waaronder we stonden te koken. Er werd een tv voorzien waarop we de koers konden volgen, en heel uitzonderlijk stonden we langs het parcours. Dan liet iedereen alles vallen om het peloton te zien voorbijrazen.
Tussen het middag- en avondeten kregen we vier uur de tijd om een maaltijd in elkaar te boksen. Terwijl de redacteurs het programma in elkaar staken en de technici de rails en podia opbouwden, kookten wij verder. Om vijf uur was het tijd voor een aperitief. Iedereen kwam dan af met zijn of haar kampeerstoeltje en dronk in de kring een Ricard. Om zeven uur werd de maaltijd geserveerd. Het eten werd vanuit de grote pannen waarin wij kookten overgeschept in schalen en alles werd afgemeten, zodat de porties klopten. We hielden eten opzij voor de avondploeg, die op reportage was gegaan en later toekwam.
Na het opruimen en afwassen moesten wij alweer doorrijden naar de volgende locatie, waar we als eerste toekwamen. De anderen zaten nog in de live-uitzending. Wanneer er een filmpje werd afgespeeld, reden wij snel voorbij het decor met onze camionette. Twee- of driehonderd kilometer verder kwamen we aan bij het hotel. Daar zochten we in kookboeken recepten op voor de volgende dag en schreven we uit wat we nodig hadden. De dag eindigde voor ons met het klaarzetten van drank voor de rest van de crew. Zo konden ze, wanneer zij dan eindelijk ook toekwamen, nog iets drinken op het einde van de dag. Dat hielp om de adrenaline uit het lijf te krijgen. Ondertussen was het middernacht en gingen we naar bed. Om acht uur ging de wekker, om negen uur vertrokken we, en om tien uur stonde we in de winkel. Zo verliep elke dag op dezelfde manier. Het was leuk dat om dit werk met twee te doen, want de ander snapte hoe zwaar het was. Er werd veel gelachen, ook door de vermoeidheid.

Op de laatste dag logeerde iedereen in een groot hotel aan de rand van Parijs, waar andere media-ploegen ook overnachtten. Er was steeds een feest op de parking, dat elke keer werd afgebroken door de politie omdat er teveel lawaai was. Ze pakten het heel simpel aan: enkele politie-mannen wandelden naar de muziekinstallatie, namen die mee en reden weg. Op maandag kwam ik thuis en sliep ik drie dagen. Na die weken ben je kapot.
Alle drank voor de medewerkers stond bij ons. Af en toe kwamen ze iets drinken of eten en maakten ze ondertussen een babbeltje. De crew die alles inhoudelijk voorbereidt, weet echt àlles over het wielrennen van de laatste zestig jaar. Die mannen zijn levende encyclopedieën. Terwijl ikzelf er in het begin niets vanaf wist. Dan stelde ik vragen zoals: “Worden de verkeersregels opgeheven als de wielrenners voorbij komen, want zij rijden toch allemaal te snel?” De anderen keken dan naar mij en vonden het duidelijk raar dat ik me zoiets afvroeg. Maar toen ben ik wel te weten gekomen dat het dus blijkt te kloppen. Wanneer de Tour voorbij komt, gebeurt dat steeds in een bepaalde volgorde. De eerste auto die komt, heeft een functie. De tweede auto die toekomt heeft een andere functie, tot en met de laatste. Op een gegeven moment is er een officiële vlag, en vanaf dan worden de verkeersregels opgegeven. Na de laatste auto zijn ze terug actief. Dat betekent dat alle fietsers, auto’s en moto’s zich niet moeten houden aan de verkeersregels. Het enige wat ze wel moeten respecteren, zijn de overwegen.
Ik zag als kind mijn grootvader naar de Tour kijken en vond het altijd raar dat iemand een uur, of zelfs vier uur naar de koers kon kijken. Nu heb ik het zelf te pakken. Dat had ik vroeger nooit gedacht.
Ondertussen weet ik beter hoe het wielrennen ineen zit. Dat komt ook omdat ikzelf veel fiets. Ik ging met de speedpedelec naar het werk, maar toen die kapot was reed ik verder met een gewone stadsfiets. Ik hou mijn tijden bij, en op die afstand van twintig kilometer kon ik mijn tijd met maximum vier minuten verbeteren. Wanneer je dan wielrenners ziet op tv die tijdens een klim 35 seconden kunnen losrijden, besef je plots hoe waanzinnig dat is. Vanuit die optiek is het nog eens duidelijk hoe uitzonderlijk iemand als Pogaçar is.
Toen ik ooit ging fietsen in de Eifel, reed ik samen met een vriend 100 kilometer op een dag. Maar we deden veel te veel hoogtemeters, en ik ben geen klimmer. Tijdens het fietsen begon ik me na een tijdje te vergissen. Beelden gingen door elkaar. Ik at suikers, maar het beterde niet. Toen ik van mijn fiets stapte, ging ik tegen de grond en daar heb ik een halfuur gelegen. Ik beeld me in dat de wielrenners ook zó diep gaan.
Ik zag als kind mijn grootvader naar de Tour kijken en vond het altijd raar dat iemand een uur, of zelfs vier uur naar de koers kon kijken. Nu heb ik het zelf te pakken. Dat had ik vroeger nooit gedacht.
De Vive le Vélo-ploeg is goed samengesteld. Iedereen is vriendelijk en er wordt veel gelachen. Functioneer je niet in die groep, dan word je het jaar erna niet meer meegevraagd. Naar ons toe waren ze ook zeer erkentelijk, omdat wij hen goed verzorgden. En omgekeerd werd er ook goed voor ons gezorgd. Het was een gezellig circus. Alleen de Tour volgen, daar was niet echt tijd voor. Thuis lukt dat beter. Maar als ik hier koers kijk, durft mijn vriendin Els weleens te zeggen: “Godverdomme, wéér koers!” Overdag, tot daar aan toe, maar als er dan ’s avonds ook nog de samenvatting is, is het voor haar meer dan goed geweest. (lacht)
Joachim neemt me mee door zijn huis, waar de muren vol hangen met schilderijen en foto’s van vrienden en familie. Boven de trap hangt een herinnering aan zijn jaren bij Vive le Vélo. In de stijl van de kaartjes die uitgedeeld werden door Maarten Vangramberen werd ook van Joachim een portret gemaakt. Hij kreeg het mee als bedanking. Ik vraag hem of hij ooit spijt heeft gehad door ja te zeggen op iets. “Ik denk altijd op voorhand: Dju, ik heb weer ja gezegd. Achteraf is het dan toch altijd plezant. Maar ik denk niet dat ik nog ooit zoiets uitzonderlijks zal meemaken als het Vive le Vélo-avontuur in de Tour de France.”
