Etappe 15 – Efeson

Flashback naar 28 april 2024. Ik zit samen met mijn zus in de rood fluwelen zeteltjes van de Sphinx cinema in Gent, waar Jonas Heyerick (de hoofdredacteur van Bahamontes) een intro geeft bij de film ‘This is my moment’. De documentaire van Lieven Corthouts gaat over de Eritrese wielrenner Biniam Girmay, die er op dat moment nog van droomt om ooit te kunnen deelnemen aan de Tour de France. Girmay is een renner waar ik tot dan toe nog niet zoveel over wist. Maar twee uur later ben ik helemaal fan. Zeker wanneer hij na de voorstelling zelf het woord neemt.
Het maakt me nieuwsgierig naar hoe iemand afkomstig uit Eritrea de Tour de France beleeft. Via Feven, de voorzitter van Erigent (een Gentse organisatie voor Eritrese nieuwkomers), kom ik tijdens de Tour de France 2025 in contact met Efeson. Hij is negentien en woont sinds vorig jaar met zijn familie in een huis in Ledeberg. In de namiddag ga ik op bezoek, tijdens de live-uitzending. We zitten naast de televisie en spreken over wat koers voor hem betekent, terwijl ondertussen kleine wielrenners grote bergen beklimmen.

Biniam Girmae is beroemd in Eritrea. Maar voor hem was er Daniel Teklehaimanot. Hij behaalde als eerste Afrikaan ooit de bolletjestrui tijdens een rit in de Tour de France. Dat gebeurde in 2015. Door hem begon ik in datzelfde jaar ook te fietsen. Ik zag hem en dacht: dat wil ik ook doen. Twee jaar lang zat ik in een wielerploeg. Ik droomde van een carrière als profwielrenner. Het was de periode van Chris Froome, Peter Sagan, Alberto Contador. Ik vond het wielrennen erg leuk. Je ontwikkelt op de fiets zelfvertrouwen en vriendschappen met gelijkgestemden. Daarnaast krijg je tips van volwassenen met meer ervaring. Veel vrienden fietsten toen ook. Zij wonen nu in Eritrea, Oeganda of Kenia. Helaas was het te duur om te blijven fietsen, en ben ik ermee gestopt.

Biniam Girmay is zeker niet de enige uit Eritrea die nu professioneel wielrenner is. Bij Lidl-Treck vind je Amanuel Ghebreigzabhier, Movistar heeft Natnael Tesfatsion Ocbit en Henok Mulubrhan zit bij XDS Astana Team. De meeste Eritrese wielrenners zijn sprinters. De bergetappes zijn niet vanzelfsprekend. Er zijn bergen in Eritrea waar je kan trainen, maar ze zijn niet talrijk. Ik hou nochtans wel van de bergritten. In vlakke ritten heb je een groot peloton, maar in de bergritten krijg je veel kleine groepjes met renners. Dat zie ik graag.

Ik volg alle rondes: de Giro, de Vuelta, de Tour. Dan bespreek ik samen met mijn vader en andere vrienden alles wat gebeurt. We hebben het over Vingegaard, Pogaçar, de ploegen,… Het was een moeilijke Tour voor Biniam Girmay. Ik ben natuurlijk blij als er een Eritrese wielrenner kan winnen, maar ik bekijk het dag per dag. Volgend jaar kan weer een ander verhaal zijn.

Wat het verschil is tussen hoe Belgen en Eritreeërs de Tour beleven, kan ik niet zeggen. Ik kan enkel voor mezelf spreken. Uiteindelijk woon ik hier nog maar negen maanden. Daarvoor woonde ik in Oeganda. Ik woon hier graag, het leven is hier goed.
In Eritrea keek ik steeds naar de Tour de France via TV5, een Franse zender. Dat betekent niet dat ik daardoor Frans kan. (lacht) Nu kijk ik ook vaak via Sporza, maar wanneer ik naar buiten moet voor werk of een afspraak heb, volg ik het via mijn smartphone. Een Eritrese vriend van me die nu in Oeganda woont, geeft commentaar via een livestream op Youtube. Ik check ook dagelijks wat hij te zeggen heeft.

Vaak ging ik naar een internetcafé en zocht ik op hoe Froome trainde, welke parcours hij fietste,
wat hij at,… om het vervolgens zelf te proberen. Soms werkte dat, vaak was het moeilijk.

Ik zoek elke dag via Maps wat voor parcours het wordt, hoe de straten en de cols zijn, zodat ik kan zien welke wielrenner een kans maakt die dag. Wordt dit een etappe waar Pogaçar kan winnen? Één van mijn eerste herinneringen aan de Tour is de sprint van Sagan, in 2017, waarbij hij tegen Canvandish botste en daarna uit de Tour werd gezet. Sagan was één van mijn favorieten, samen met Chris Froome. Ik herinner me nog hoe hij op de Mont Ventoux botste tegen een moto en zijn fiets daardoor kapot was, waarna hij al lopend verder de berg opging. Ik was een grote fan van hem. Vaak ging ik naar een internetcafé en zocht ik op hoe Froome trainde, welke parcours hij fietste, wat hij at,… om het vervolgens zelf te proberen. Soms werkte dat, vaak was het moeilijk.

Wanneer de Tour de France gedaan is, vind ik dat wel jammer, maar voor die wielrenners is het misschien maar goed dat het stopt. Zij fietsen 21 dagen elke keer zoveel kilometers, soms zelfs meer dan tweehonderd. Ze verdienen hun rust. Toen ik nog in Oeganda woonde, zocht ik na de Tour andere filmpjes op over etappes uit 2012, 2013,…
Het is mijn hobby, maar ook meer dan dat. Wielrennen is mijn leven. Ik hoop nog altijd dat ik zelf opnieuw kan fietsen. Maar ik heb geen ambities meer om profwielrenner te worden. (lacht) Daarvoor is het veel te lastig.

Pas op het einde van ons gesprek merk ik wat voor grote plaats wielrennen inneemt in het leven van Efeson. Doordat het Engels waarin we communiceren van beiden niet onze moedertaal is, gaat de nuance wat verloren. Niet in zijn woorden vind ik de liefde voor wielrennen terug, maar net in de stiltes die vallen wanneer hij zijn woorden zoekt. Of in de lachjes die op zijn gezicht verschijnen. Hij blijft me steeds nieuwe wielrenners tonen via filmpjes die online staan. Ik probeer alle namen te onthouden, maar beschaamd weet ik nu al dat ik thuis nog veel zal moeten opzoeken.
Na ons gesprek roostert zijn mama op een soort mobiel vuurtje bonen voor de koffie. Er komt bezoek en de salontafel staat heel snel gevuld met eten.“Ik hoorde dat er in Eritrea heel veel koffie wordt gedronken, door de vroegere Italiaanse kolonisatie. Klopt dat?”, vraag ik, de gasten bevestigen. Al lachend zeggen ze dat er zelfs in Italië nergens zo goede koffie te vinden is als in Eritrea.
Het is de eerste keer dat ik op deze manier naar Sporza kijk. Ik zou er best mee kunnen leven om alle voorjaarsklassiekers in deze woonkamer te volgen.