Etappe 13 – Els

Els heeft twee rode draden in haar leven: de sport en haar kinderen. In het ideale geval komen die twee samen. Terwijl wij een gesprek hebben over wat sport voor haar betekent, is haar zoon gaan basketten en onderbreekt haar dochter soms het gesprek: “Who the fuck is Fred Deburghgraeve?” Els heeft er als raadgever voor de schepen van sport in Gent drukke tijden op zitten. Terwijl de renners in de Tour de France de eerste waaiers trokken, trok zij nachten door om het budget voor de stad mee te helpen rond krijgen. Gelukkig was de Tour nooit helemaal afwezig, al was het in de vorm van een hulplijn.

Ik heb de Tour de afgelopen periode heel passief gevolgd, vanop afstand. Het is mij zelfs al overkomen dat ik een rit totaal niet gevolgd heb. Dat gebeurt normaal zelden tot nooit. Om acht uur ’s avonds bedacht ik me ineens dat de rit al gedaan was en ik niet wist wat er gebeurd was. Ondertussen weten mijn collega’s al dat er iets van sport moet gevolgd worden als ik mijn twee schermen gebruik. Nu kan ik er met een kwinkslag aan toevoegen dat het voor de job is.
In de zetel naar de koers kijken is voor mij de ultieme ontspanning. 



De dochter onderbreekt haar en zegt: “Je kijkt niet, je slaapt.”

Ik vraag steeds aan mijn zoon, die naast me zit, om me wakker te maken tegen half vier of wanneer er iets spannends gebeurt.
Het grappige is dat hij me ook op de hoogte houdt als ik in vergadering zit. Dan krijg ik ineens een berichtje van hem: “Philipsen is gevallen!”. Ik stuur dan snel terug of hij nog kan meerijden. “Afgestapt”, klinkt het antwoord. Ze weten thuis dat ik het niet zo goed kon volgen, maar dat ik natuurlijk wel alles wou weten. Ik vind het cool dat mijn zoon van dertien ook kijkt en beseft wanneer er iets belangrijks gebeurt in de Tour.
Omdat het zo druk is geweest de voorbije weken, heb ik plechtig moeten beloven dat we een minder actieve vakantie doen deze keer. We verblijven, tegen mijn natuur in, de eerste zes dagen in hetzelfde hotel. Maar ik zie het helemaal zitten omdat het nog Tour is. Dat wordt ontbijten, wat zwemmen, iets eten en dan is het siësta-tijd met de Tour op tv.

Voor mezelf en de kinderen is er niets bijzonders aan een vrouw die heel actief sport volgt.
Dat heb ik altijd gedaan, van kindsbeen af. Mijn papa, mijn zus en ik stonden in het midden van de nacht op om Fred Deburghgraeve tijdens de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta goud te zien halen. Ook op kot stonden we ’s nachts op om Kim Clijsters te zien spelen.
Tja, sport dat is ons lang leven. Eurosport staat hier vaak in de achtergrond op. Ik herinner mij dat we op reis waren in Italië toen onze dochter ongeveer drie was. Terwijl wij bezig waren met onze zoon, stond zij naar het WK atletiek te kijken op tv. Ineens riep ze: “Valse start! Valse start!”. We keken op en zagen dat de sprinters inderdaad moesten herstarten. We keken naar elkaar en dachten: wat voor ouders zijn wij, dat ons kind van drie jaar al een valse start herkent. (lacht)

De dochter vraagt verwonderd: “Echt?”

Sport volgen is duidelijk iets wat in de genen zit en ik in de opvoeding meegeef.
Ik vind het hilarisch dat mijn dochter en het nichtje nu ook een ploeg in de Tourmanager gemaakt hebben.

De dochter, fier: “Gisteren was ik eerste van de hele familie.”

Mijn schoonzus is helemaal niet sportminded, maar mijn neefje wel. Daarom hebben wij hem naar de Olympische Spelen meegepakt. En de eerste zondag van de Tour de France zijn we ook samen in de gietende regen langs het parcours gaan staan. Ik ben zijn ‘tante sport’.

Basket is de sport die we het meest actief volgen, uiteraard zijn we die hard Belgian Cats fans. Twintig jaar geleden hadden we nooit durven hopen dat VRT één tijdens primetime de halve finale zou uitzenden. Het is een relatief toegankelijke sport. Onze hockeyploegen doen het ook goed, maar dat is toch minder leesbaar.
Basket is ook gewoon tof om naar te kijken. Dat gaat zo snel vooruit. Er is een enorm engagement van de Cats in die ploeg. En dan heb je ook nog Linde Merckpoel die daar een vergrootglas heeft opgezet. Ik denk dat er geen enkele damesport in België is die zoveel mannen aantrekt. We gaan vaak live kijken naar de Cats, en elke keer zie je meer en meer mannen in de tribunes. Ze staan evengoed te springen en te dansen, en dat zie je in het algemeen bij vrouwensport nog niet zoveel.
Mijn zoon heeft een proeftraining handbal gedaan, maar wou absoluut voetballen. Tot we in Oostende naar de Belgian Cats zijn gaan kijken, die zich moesten kwalificeren voor de Olympische Spelen in Tokio. Dat was sfeer van hier tot in Tokio.
Na die match heeft hij beslist om te starten met basket en dat is helemaal zijn ding. De dochter is ondertussen ook beginnen basketten, dus nu zijn we een echte basketfamilie geworden.

Overal waar ik binnenkom in mijn functie voel ik anderen denken: hmm, een vrouw van bijna 50 is niet wat we verwacht hadden. Ik maak er nu een sport van om het tegendeel te bewijzen.

Ik heb het nog nooit opgezocht, maar het zou best kunnen dat ik de eerste vrouwelijke adviseur ben voor een schepen van sport. Hiervoor werkte ik voor toerisme, een sector met relatief wat genderevenwicht. Nu zit ik vaak in overleg met enkel mannen. Dat is echt het eerste beleidsdomein waar ik dit meemaak. Ik ben dan ook niet de jonge vrouw, mijn schepen Bram Van Braeckevelt is jonger dan mij. Overal waar ik binnenkom in mijn functie voel ik anderen denken: hmm, een vrouw van bijna 50 is niet wat we verwacht hadden. Ik maak er nu een sport van om het tegendeel te bewijzen. Het is niet omdat wij vrouwen zijn, dat we niks van sport kennen of geen inzicht hebben.
Toen we samen zaten met de organisatie van de Lotte Zesdaagske op het Kuipke, polste ik naar hun plannen rond gelijke kansen. Daar is Bram ook bevoegd voor. Vorig jaar waren er een aantal nummers waar de dames , zoals Lotte Kopecky, konden aan deelnemen en dat was een groot succes. Ik suggereerde dat dit een uitgelezen kans was om Shari Bossuyt te laten baanwielrennen, aangezien zij na een – discussiabele – schorsing van twee jaar terug mag koersen. Dan krijg je de verwonderde reactie “aha, mevrouw kent er ook iets van”. Of bijvoorbeeld, toen we met AA Gent in overleg waren. Eén van de mannen had een roze hemdje aan in die blauwe omgeving. We lachten dat het de verkeerde kleur was, maar toen zei ik: “Dat is niet erg, dan supporter jij voor Inter Miami”. Ook dan weer die wat verraste blik. Ik vind het nog altijd heel bijzonder dat je als vrouw geassocieerd wordt complete onwetendheid wat betreft sport. Net zoals dat ik me ongelooflijk kan frustreren omdat ik op geen enkel kanaal de Giro Donne kan volgen.

Misschien komt het omdat ik uit het handbal kom, maar voor mij draait sport rond het verbindende, rond samenwerking.

Veel mensen associëren sport met competitie. Maar vanuit het kabinet met Bram als schepen zien we sport beleidsmatig als iets dat verbindend werkt in onze samenleving. Sport is een taal. Je hoeft geen Nederlands te kunnen spreken om samen te sporten. Voor iemands eigenwaarde is dat super belangrijk. Er is altijd wel een sport waar je jezelf in kan ontplooien.
We bezochten met de schepen een aantal clubs in Gent, waaronder Gent Rugby. Bij rugby denk je aan beren van mannen, maar eigenlijk staan er vijftien spelers op het veld en heb je verschillende profielen nodig: die beren zijn er, net zoals je ook de snelle jongens nodig hebt, of lichtgewichtjes die je zo in de lucht kan steken. Hetzelfde geldt ook bij damesrugby dat in Gent ook succesvol is. Dat toont voor mij mooi het inclusieve van sport. Één van de schoonste projecten dat ik sinds mijn nieuw job in januari nog beter heb leren kennen, is niet toevallig Ghent Basketbal. Er zijn een aantal geëngageerde basketcoaches, slash sociaal werkers die connectie leggen met iedereen die op de pleintjes rondloopt en speelt. Ze geven ook kampen, organiseren tornooitjes en lessen. Sport is in een super diverse samenleving als Gent is nog altijd heel universeel. Zowel voor jonge als oude Gentenaren is het zo belangrijk om ergens bij te horen en plezier te hebben.

Voor mij is wielrennen een sport die draait rond één persoon. Er is een ploeg, maar in een ploegsport kan normaal gezien iedereen wel eens de man van de match worden. Bij wielrennen zal dat niet snel gebeuren. In wielerploegen is er een grotere hiërarchie. Misschien komt het omdat ik uit het handbal kom, maar voor mij draait sport rond het verbindende, rond samenwerking. In het voetbal kun je vanop elke positie op het veld wel eens de Gouden Schoen winnen. In de koers bestaat wel zoiets als de kristallen zweetdruppel, de prijs voor de beste helper.

“Eigenlijk werkt het bij ons op het kabinet ook zo”, besluit Els. “Wij zijn een ploeg, maar werken vanuit de coulissen en moeten onze schepen doen shinen.” Ik zeg haar dat ze ook een kristallen zweetdruppel verdient en ze lacht eens: “Ik zal Bram eens zeggen dat hij dat vergeten is.” Haar zoon komt net thuis van het basketbalveld in de buurt, met middelen van de stad tijdelijk is aangelegd. Hij meldt dat het binnenkort ook verlicht wordt ’s avonds. In de winter is dat een grote troef. “Kan het veldje nu eigenlijk blijven bestaan, mama?”. Hij richt zich tot zijn moeder, die plots weer raadgever is geworden. Ze zal het bekijken.