Etappe 11 – Babette

Ik ontmoet Babette Moonen in de ruimtes van het VRT-gebouw. Ze is tijdens de Tour de France elke dag te horen op Radio 1, waar ze tussen één en zes uur ’s middags Sporza Tour presenteert samen met Gert Geens. Ondanks de saaie, grijze gangen is het duidelijk dat Babette hier thuis is en presenteert met het grootst mogelijke enthousiasme, dat tot aan de andere kant van de geluidsgolven reikt. “De dag na de Tour de France is altijd een hele rare dag. Vorig jaar heb ik na de laatste uitzending al meteen opgezocht wanneer de Tour dit jaar begon. Oei, dacht ik, die valt laat. (lacht) Ik ben telkens blij dat het goed verlopen is en dat ik opnieuw wat langer kan slapen, maar toch is er even het zwarte gat.” Verhalen brengen over wielrennen of andere onderwerpen, het maakt niet uit. Zolang er maar interessante mensen te vinden zijn. En lokale delicatessen.

Het was zeker niet de meest logische keuze om mij vier jaar geleden in de studio van Radio 1 de Ronde van Frankrijk te laten presenteren. Dat heb ik in het begin wel regelmatig gehoord: “Ze hebben een vrouw nodig, dus daarom mag Babette het doen.” En ergens was het ook wel zo, denk ik. Er werd gezocht naar een leuke dynamiek, en dan is het voor de hand liggend om een man en vrouw samen te zetten. Ik ben gewoon heel enthousiast van aard, en heb een hart voor de koers. Maar ik heb geen grote kennis. Ik ken niets van de dikte van de bandjes, het aantal tandwielen, de wattages die wielrenners trappen,… Ik kijk daar totaal anders naar, maar dat doen veel mensen. Het is niet alleen omdat ik een vrouw ben, maar ook omdat ik er met een bepaalde blik naar kijk.

Die super technische kennis heb ik nog steeds niet, en het boeit me eigenlijk nog altijd geen ene flikker. Maar het feit dat ik het elk jaar opnieuw mag doen zal wel betekenen dat ik iets goed doe,
whatever that may be.

Ik had het gevoel dat ik me in het begin moest bewijzen. Dat gevoel is nu voorbij. Het is mijn vierde zomer en ondertussen weet ik hoe het werkt. Die super technische kennis heb ik nog steeds niet, en het boeit me eigenlijk nog altijd geen ene flikker. Maar het feit dat ik het elk jaar opnieuw mag doen zal wel betekenen dat ik iets goed doe, whatever that may be. Sommige mensen willen eerder de sfeer van de Tour beleven. Mijn specialiteit zal nooit de wattage zijn, maar misschien wel de onnozele weetjes langs de kant van de weg. (lacht) Zo was er dit jaar tijdens de quiz iemand aan de lijn die met veel overtuiging het juiste antwoord gaf op een vraag over de locale specialiteit. Ik zeg: “Amai, je hebt dat al gegeten!”, en ze antwoordt: “Nee, ik spits altijd de oren als het jouw culinaire rubriek is.”
Yes, denk ik dan, voor deze mensen doe ik het.

Dat zoveel mensen graag naar de radio-uitzending luisteren is ook zeker de verdienste van Christophe Vandegoor, Maarten Vangramberen, Carl Berteele, Sven Nys, Sep Vanmarcke, Jan Bakelants en tot vorig jaar Serge Pauwels. Soms gebeurt er onderweg helemaal niets. Als we dan toch nog eens naar hen overschakelen, vinden ze dat geen probleem, en beschrijven ze de velden of de barbecue die ze ruiken. Hoe Christophe alles uitbeeldt met woorden vind ik erg straf. Een uitspraak als “Het melkzuur spat uit zijn poriën” bijvoorbeeld: het spat er niet letterlijk uit, maar je ziét er wel iets bij. Dat is de kunst.

Elke dag is nu een beetje Groundhog Day. Mijn leven is ineens erg gestructureerd. Opstaan, yoga, ontbijt, gaan werken, thuiskomen, eten, avondwandelingetje, Vive le Vélo kijken en slapen. En dat 23 dagen aan een stuk. Ergens is dat heel geruststellend. Ik plan voor de rest niks. Ik ga niet naar festivals of weg met vrienden, omdat ik weet dat het wel wat vraagt, zowel fysiek als mentaal. Daar wil ik me volledig op focussen. Net zoals de renners ook niets anders doen dan bezig zijn met de Tour. Het heeft wel wat weg van op kamp gaan.

Bij andere koppels is het even checken hoe het was die dag, maar wij praten er nog de hele avond over. Ik vind dat super tof, maar denk soms: we zijn hier nog nabeschouwing aan het doen.

Mijn man is sportjournalist. ’s Ochtends passen we onze tourmanagers aan. Hij kent er veel meer van dan ik en soms maak ik toch een totaal andere keuze. Als ik dan gelijk krijg, dan ben ik altijd super fier. We zitten samen in die een bubbel, 23 dagen lang. Soms vraag ik me af of we niet teveel over het werk praten. Bij andere koppels is het even checken hoe het was die dag, maar wij praten er nog de hele avond over. Ik vind dat super tof, maar denk soms: we zijn hier nog nabeschouwing aan het doen. We zouden dat kunnen opnemen en als podcast brengen. (lacht)

Wanneer ik om half tien ’s ochtends toekom, begin ik de fragmenten te monteren die de late redacteur uit het archief heeft gehaald. Daar schrijf ik een tekstje bij en die komen dan in de intro van de dag. Daarna zoek ik op wat er toeristisch te zien is op plek waar de Tour passeert en dan maak ik de quiz. Als dat allemaal gebeurd is, begint de uitzending al bijna. Eten gebeurt aan mijn bureau en ik bedenk me dan ook vaak dat ik eigenlijk een uur daarvoor al naar het toilet moest, dus dat ook best eens zal doen. Het is echt een rush naar één uur. Soms vragen mensen me hoe de sfeer in ons team is, maar dan denk ik: welk team? Op de redactie zijn we elke dag maar met drie mensen, die enkel met het programma bezig zijn: Gert, ik, en één redacteur. Misschien waren er vroeger meer medewerkers en kon er nog geluncht worden, maar die tijd heb ik niet meer meegemaakt. (lacht)

Ik zou nog jaren de Tour kunnen presenteren, maar als ik eens de kans krijg, lijkt het me wel leuk om ook eens ècht mee op pad te gaan voor bijvoorbeeld de start- of aankomstinterviews. De wielrenners doen zotte dingen, maar ik vind dat veel sportjournalisten dat eigenlijk als normaal beschouwen. Iemand kan die dag een topprestatie hebben geleverd en dan wordt de vraag gesteld: “Wat is nu je volgend doel?”. Daar word ik helemaal gek van. Guys, die gast heeft net gepresteerd en is emotioneel. Dat moment moet je even pakken! Begin eerst bij de mens, zeg iets empathisch, en ga dan naar de kern van de zaak.
Op de vorige rustdag hebben we Victor Campenaerts gebeld. Ik vond het heel fijn om te horen hoe zo iemand zijn dag beleeft. Toen ik begon over zijn vrouw en zijn kindje, kreeg hij een krop in de keel en had ik spijt dat ik ernaar gevraagd had. Dat zijn natuurlijk ook gewoon mensen. We spreken nu vaak letterlijk over pionnen. En het is een spel, dat zijn ze. Maar het zijn ook wel allemaal echte mensen met een gezin die misschien problemen hebben thuis of zorgen in hun kop. Ik heb ook zo hard moeten wenen toen Victor Campenaerts na een ritzege naar zijn vrouw en kindje belde met tranen in zijn ogen. Ik vind dat daar heel weinig aandacht voor is. Daarom zou ik graag eens proberen of ik de renners nog wat meer kan laten shinen als mens en niet enkel als pion.

Ik supporter voor wielrenners waarvan je weet dat het naast de fiets ook leuke mensen zijn. Ik ben een grote fan van Ben O’Connor. Hij zal nooit de Tour winnen, maar ik vind hem een heel sympathieke kerel. In de Netflix-reeks Tour de France Unchained zie je hoe hij bij de Franse ploeg Decathlon-AG2R La Mondiale zit en aan zijn lot wordt overgelaten. Er wordt niet gezorgd voor hem. Hij rijdt dan ook nog eens een hele slechte Tour. Je ziet hoe ze hem op de een of andere parking zeggen dat het echt niet goed is, in het Frans terwijl hij geen woord Frans spreekt. Hij staat daar met tranen in zijn ogen, want alles gaf hij op om zijn Franse wielerdroom waar te maken. Ze lieten hem nadien vallen als een baksteen, terwijl het een crème van een gast is. In elk interview heeft hij nog die twinkeling in zijn ogen. Gelukkig heeft hij nu een nieuw team gevonden en zit hij met goesting in het peloton. Ik was zó blij toen hij als eerste boven kwam op de Col de la Loze. Die overwinning was zo symbolisch, het was zijn zoete wraak, zijn manier om te zeggen: kijk, ik kan het wèl. Hij had gewoon echt andere omkadering nodig.
Ook Guillaume Martin vind ik erg leuk. Hij is een Franse coureur die filosofie gestudeerd heeft, en al twee boeken uitbracht over filosofie en wielrennen en de gelijkenissen daartussen. ‘Socrates op de fiets’, heet het eerste, en het is echt een superfijn boek. Daarnaast is hij met ecologie bezig, ook een van mijn stokpaardjes. Hij baat een ecologische bed & breakfast uit met zijn familie. Daar wil ik sowieso ooit eens gaan logeren. Hij zal misschien geen ritzege meer pakken, maar het interesseert me niet. Ik ben altijd blij als hij op de startlijst staat.

Wielrennen is een evenwicht zoeken tussen je eigen heroïek en de groep. Dat vind ik een heel mooie evenwichtsoefening. Heel veel renners worstelen daarmee op een bepaald moment. Rij je voor jezelf of rijd je voor iemand anders? Het peloton is dat een levend monster, daar moet je ergens je plekje in vinden. Elke dag is dat een ander plekje. Daarom is het belangrijk om in die grote groep ook te blijven weten wie je bent, waar je voor staat. Ik denk dat je zo heel veel kan leren over jezelf. Maar ik vind dat dat je ook zelf anders leert te kijken naar dingen. Ik ben al heel vaak teleurgesteld geweest in een bepaalde winnaar. Bijvoorbeeld nadat Mathieu van der Poel net was opgevreten door het aanstormende peloton, terwijl hij een hele dag op kop gereden had met Jonas Rickaert. Merlier is een hele goeie wielrenner, maar ik vond dat het van der Poel had moeten zijn. Toen ik hoorde dat Mathieu daar eigenlijk minder kwaad rond was dan ikzelf en zijn persoonlijk doel voor die dag was bereikt, vond ik dat erg mooi.

Ik hoor van iedereen dat de Tour gaan bekijken eigenlijk niet fijn is, omdat het zo groot geworden is, larger than life. Het is vroeg opstaan om dan pas om vijf uur ’s avonds één grote gekleurde wolk te zien passeren en niemand te herkennen. Toch wil ik het wel eens meemaken. De beelden die wij zien langs het parcours, tonen één groot volksfeest. Je zal je etappe en locatie wel goed moeten uitkiezen, maar die Tourkaravaan zien voorbij komen… ik denk dat er een hele fijne sfeer hangt. Ik moet bekennen dat ik niet zo’n Frankrijk-ganger ben. Italië is echt mijn land. Maar ik heb een lijstje van plekken die ik ooit eens wil bezoeken, en elk jaar komen daar meer Franse bestemmingen bij. Ooit ga ik mijn eigen Tour maken, op basis van alles wat ik heb opgezocht. Dat kan ook nog een podcast worden. (lacht)